Geschiedenis

Pinkst’Art. Hoe het allemaal begon. 

Toen coördinator Hans Smulders aan het eind van het vorige millennium met pensioen ging, viel er op het Nieuwerkerkse gemeentehuis iemand weg die een belangrijke rol speelde voor de cultuur in onze gemeente. Hans had affiniteit met kunst en cultuur en was niet te beroerd om hand- en spandiensten te verrichten bij het inrichten van tentoonstellingen. Hij zorgde ook voor geluid en verlichting als er muzikale optredens in de sporthal of het raadhuis werden georganiseerd met de Piano Workshop. 

Burgemeester André Bonthuis – een liefhebber van cultuur – en op dat moment de portefeuillehouder, zat daarom een beetje om het hand. Hij vroeg een aantal professionals , namelijk tekstschrijver Arie Kunst, die jaarlijks de huis-tentoonstelling Kunst bij Kunst organiseerde, architect/beeldend kunstenaar Ben van Oosten, handvaardigheidsleraar Theo de Vlaming, die zitting had in een club die om de tien jaar kunstprojecten langs de Hollandse IJssel organiseerde, Manuel Nieto van de Piano Workshop en ik, omdat mijn vrouw Fiet en ik Galerie Midi hadden.

We stelden vast dat we geen allen behoefte en tijd hadden om als vrijwilligers de werkzaamheden van Smulders te doen, maar dat we wel bereid waren leuke dingen te bedenken en te organiseren met een zeker kwaliteitsniveau. Deze bevindingen hebben we gerapporteerd en vervolgens gebeurde er… helemaal niets. 

Ja… toch, de gemeente kon gebruik maken van een provinciaal potje om een mannetje van Het Kunsthuis in te huren en die begon van voren af aan met het inventariseren van de bestaande activiteiten en het potentieel. Opnieuw werd iedereen uitgenodigd in het raadhuis om de eerder gevoerde discussies te herhalen. Om een lang verhaal kort te maken… Na een stuk of vier wisselingen van Kunsthuis mannetjes/vrouwtjes, die ombeurten overspannen werden of iets beters te doen kregen, lag er wel een pak papier met dingen die we al wisten, maar was er nog niets van de grond gekomen. 

Het viel ook niet mee. Cultuurbeleid in de gemeente ging niet alleen over kunst, er moest een integrale oplossing komen voor alle culturele activiteiten en hier vielen bijvoorbeeld ook de drumfanfares, de muziekschool, de zangverenigingen en de bibliotheek onder, die allemaal gesubsidieerd werden. De verenigingen en stichtingen waren bang dat een nieuwe aanpak tot een herverdeling van fondsen zou leiden die nadelig voor hen kon uitpakken. 

Omdat Bonthuis cultuur in zijn portefeuille had, moest hij intussen wel iets concreets laten gebeuren. In 2000 kwam hij daarom bij me met de overweging of het niet wat zou zijn om tegelijk met de jaarlijkse kunstmarkt die de Lions Club op de tweede zaterdag van juni op het Raadhuisplein organiseerde, in het Raadhuis een tentoonstelling te organiseren. Ik vond dat een goed plan en nam de coördinatie op me om het veel breder te trekken. Die keer viel de tweede zaterdag van juni in het Pinksterweekend. Na overleg met een aantal kunstenaars, waaronder Ben van Oosten en Lenie van den Bulk en Galerie Gielen die net was gestart, besloten de kunstenaars en Open Atelier hun ateliers open te stellen op zaterdag en maandag in het Pinksterweekend. De Oudheidkamer en de Autostal gingen open voor publiek en de muziekschool stelde hun zaal beschikbaar. Ook de Piano Workshop deed mee en zou een miniconcert in de winkel organiseren. Ik noemde het evenement, omdat dat we jaarlijks met Pinksteren wilden houden, Pinkst’Art.

De professionele deelnemers lapten ieder 250 gulden voor de publiciteitskosten. Een aantal aankomende kunstenaars kon gratis in de muziekschool terecht. We vroegen de middelbare scholen er op in te spelen, wat Bart Belonje van het Commenius met zijn collega’s positief oppakten. Bonthuis regelde zelf een kunstenaar om in het Raadhuis te exposeren. In het bandje dat de vernissage in het Raadhuis opluisterde, speelden zijn eigen zoons. 

Wij regelden uitsluitend de algemene publiciteit en de financiële afwikkeling ging via stichting Nipro die in het verleden dorpsactiviteiten organiseerde en nog wat in kas had dat voor de aanloopkosten van dit doel gebruikt mocht worden. Zo lieten we direct spandoeken maken die voor meerdere jaren bruikbaar waren. Ieder voor zich was verder verantwoordelijk voor de manier waarop hij/zij het op zijn locatie invulde en de kosten die daarmee gemoeid waren. 

Om free publicity voor het evenement te krijgen bedachten we om op de zaterdag van het weekend voorafgaand aan Pinksteren met alle kunstenaars samen een kunstwerk te bouwen op een opvallende plek in de gemeente. Ons idee was om dat ieder jaar op een andere plek te doen met duurzame materialen, zodat er na verloop van tijd overal in de gemeenten kunstobjecten zouden komen. 

Ben van Oosten kwam met het voorstel om alle hardhouten latjes van het terrashout dat hij thuis ging vervangen roze te schilderen daar met ijzerdraad een soort rupsen van te maken. Met veel moeite kregen we van de gemeente toestemming om dat op het talud naast de Waterdrager op te mogen bouwen. Er waren genoeg kunstenaars om Ben te helpen met de voorbereidingen, in dit geval met boren en schilderen. Zo onstond er een band tussen kunstenaars die elkaar daarvoor nog niet kenden. 

Ook de ambtenaren moesten wat te doen hebben, dus die verstrekten een vergunning en bedachten problemen. Gemeentewerken lag dwars, het groenonderhoud zou immers worden bemoeilijkt als er een kunstwerk op het talud kwam, dus wilden ze dat het kunstwerk de dag na Pinksteren werd opgeruimd. Een streep door onze rekening, want het idee om het daar nog een aantal jaren te laten staan, ging daardoor de mist in. We hadden niet in onze planning gezet, dat we het weg zouden halen…

Het maken van het kunstwerk kreeg inderdaad de nodige belangstelling van de pers. De rupsen die Ben voor ogen had werden het niet, want Lenie van de Bulk ging creatief met het ontwerp op de loop, waardoor de rupsen uiteindelijk meer op grote roze kreeften leken. Ook leuk! 

Bij de feestelijke opening hield Bonthuis een toepraakje waaruit bleek dat hij veronderstelde dat Pinkst’Art de start was van het cultureel platform dat hij voor ogen had, wat absoluut niet het geval was. Geen van allen nam met die intensie deel.

Ik kreeg inmiddels wel een idee hoe we het opruimen van de roze kreeften konden regelen en vroeg zacht, tijdens de toespraak in het gemeentehuis van wethouder Adrie Volder, die na de verkiezingen de portefeuille cultuur had gekregen, aan Ben of hij zijn roze latjes nog terug wilde hebben. ‘Nee’, zei hij verbaasd. Ik stelde hem voor om het kunstwerk aan de gemeente te schenken, dan werd die zelf verantwoordelijk voor het opruimen. Ben vond dat een goed idee en moest erom lachen… 

Zo gezegd zo gedaan. Ik vroeg het woord namens de deelnemers Pinkst’art en onder veel hilariteit schonken we het kunstwerk, opdat het net zolang de Ringvaartdijk zou kunnen sieren als de gemeente dat zelf wilde.

Bonthuis zag er de grap wel van in. Hij vond de oplossing ‘getuigen van veel creativiteit’, maar legde uit dat de gemeente de gift dan eerst moest accepteren en dat de raad en niet het college daarover ging. Hij overlegde ter plekke wel kort met wat ambtenaren en zegde toe dat de gemeente het wel zou opruimen. 

Stichting Nipro werd Stichting Cultureel Netwerk Nieuwerkerk. Het werd misschien niet het platform dat de gemeente voor ogen had, want het was er om de financiën van gecombineerde evenementen als Pinkst’Art te af te wikkelen, dingen centraal te agenderen in een rubriek in Het Kanaal, de samenwerking onderling te versterken en kunst richting jongeren te stimuleren. Leuk en positief samenwerken, was het motto. Niet het oordelen over elkaar en zeker geen rol spelen in de verdeling van de cultuurpot. 

Helaas zijn Fiet en ik maar vier keer bij Pinkst’Art betrokken geweest. De kunstenaars die in onze galerie exposeerden hadden er uiteindelijk weinig aan. De eerste keer nog wel, toen kwamen er meer dan zevenhonderd bezoekers in de galerie langs, maar mensen vonden het later veel leuker om bij de deelnemende artiesten in de keuken te kijken en bij eenmalige tentoonstellingen, dan bij Galerie Midi waar ze het hele jaar door terecht konden.

Voor ons bleef Pinkst’Art wel een feest. Het was schitterend om met zoveel creative geesten geïnspireerd samen leuke dingen te bedenken en die samen tot stand te brengen… Dat maakt het allemaal zinvol en onvergetelijk. Cultuur is de lijm die de samenleving maakt. Kunstwerken dragen bij aan het gezicht van een omgeving, waardoor die zich onderscheidt en identiteit geven aan de mensen die er wonen en hun betrokkenheid met hun omgeving vergroten. 

Eind 2003 verkochten we ons bedrijf en stopten we met de galerie. Niet langer waren we een spin in een web van waaruit we dit soort activiteiten eenvoudig konden regelen. Ik moest de organisatie overlaten aan anderen die er qua coördinatie en creativiteit ook vol in wilden gaan, zoals Agnes den Hartogh, die het voorzitterschap graag op zich wilde nemen en waarmee SCNN, later SCNZ, weer nieuwe wegen insloeg.

Met de tentoonstellingen en concerten in het Raadhuis is het door de politieke keuzes nooit meer goed gekomen. 

Rob Stolk